TNO: Nederland relatief grootste producent stikstof van Europa

1400

Nederland produceert per hectare de grootste hoeveelheid stikstof van heel Europa. Niet een klein beetje meer, maar gemiddeld vier keer zo veel. En er komt drie keer meer Nederlandse stikstof in het buitenland terecht, dan er vanuit andere landen bij ons binnenkomt, waardoor Nederland een netto-exporteur van stikstof is.

Dat blijkt uit een factsheet (.pdf) die onderzoeksbureau TNO heeft gemaakt in opdracht van de Tweede Kamer. Morgen gaat de Kamer in debat over de stikstofproblematiek. “Het is maar goed dat er geen muur om Nederland heen staat”, zegt Hugo Denier van der Gon, onderzoeker bij TNO. “Want anders was ons probleem nog veel groter.” Uit de vergelijking met andere Europese landen blijkt dat Nederland op eenzame hoogte staat (zie grafiek).

Nederland exporteert veel meer stikstof naar buurlanden, dan er uit het buitenland binnenkomt

xxl.jpg

– NOS

Het stikstofprobleem in Nederland wordt veroorzaakt door stikstofoxiden en ammoniak, staat ook in het TNO-rapport. De ammoniak komt voor het overgrote deel uit mest in de veeteelt. Runderen en varkens leveren hierbij de grootste bijdrage. Stikstofoxiden komen vooral vrij uit het wegverkeer (vooral van diesels) en van de industrie.

Ons land produceert volgens TNO per jaar 183 miljoen kilogram stikstof; daarvan is 61 procent afkomstig van de landbouw. Vanuit het buitenland komt daar nog eens 43 miljoen kilo bij. Tegelijkertijd waait er 141 miljoen kilo stikstof de grens over, veel meer dus dan er bij onszelf neerslaat. Van de ammoniak gaat een derde tot de helft de grens over, voor stikstofoxide is dit liefst 90 procent.

1__#$!@%!#__xxl.jpg

– NOS

Nederland neemt niet alleen een bijzondere positie in omdat we zo’n dichtbevolkt land zijn, vertelt Denier van der Gon van TNO. “Neem een stad als Parijs. Die is nog veel dichter bevolkt dan bijvoorbeeld de regio Amsterdam. Toch is daar het stikstofprobleem veel minder groot. Het verschil is dat er in en vlak bij Parijs veel minder intensieve veeteelt plaatsvindt.”

Er is discussie over de modellen en metingen die gebruikt worden bij het stikstofprobleem. Vooral het RIVM is hierbij het mikpunt; boeren en enkele politieke partijen wantrouwen de gebruikte methoden.

Denier van der Gon zegt dat er in de stikstofproblematiek veel onzekerheden zijn. “Maar we hebben het nu over de beste schattingen die er zijn. Andere modellen die wij gebruiken geven vergelijkbare uitkomsten. Meer metingen kunnen natuurlijk helpen om de discussie beter te kunnen voeren. Maar het landelijke beeld zal er niet door veranderen”, zegt de TNO-onderzoeker.

Aandeel boeren kan nog groter blijken

“Wat iedereen altijd vergeet is dat de onzekerheid ook de andere kant op kan vallen. Dat wil zeggen dat als de onzekerheid verkleind wordt door meer metingen het nog maar de vraag is hoe het plaatje er dan uit ziet. Het kan zijn dat de boeren dan een iets minder groot aandeel hebben, maar het kan ook net zo goed andersom uitpakken.”

De kritiek op het RIVM vindt hij onterecht. “Het RIVM krijgt een bepaald budget. Dit is in de loop der jaren alleen maar minder geworden. Dan kun je moeilijk het RIVM verwijten dat ze niet nog meer metingen doen. Destijds leek het waarschijnlijk een zinvolle bezuiniging.”

Wel pleit TNO ervoor om een grootschalig landelijk monitoringsprogramma op touw te zetten, met zowel locaties op de grond als vanuit de ruimte. Want vermindering van de onzekerheden zal de besluitvorming over maatregelen ten goede komen.