Bedrijfsfinanciering, hoe werkt dat anno nu?

9009

Sinds de afgelopen crisisperiode is het nodige veranderd in ‘financieringsland’. Zo heeft de Europese Centrale Bank (ECB) tal van financierings-restricties opgelegd aan o.a. de Europese commerciële banken in de zogenaamde Basel-akkoorden (1 t/m 4).

Er is wel degelijk iets aan de hand met kredietverstrekkende instellingen. De ECB legt met de genoemde Basel-akkoorden beperkingen op aan de commerciële banken dat ze beslist geen risicokredieten mogen verstrekken of hebben uitstaan. Een risicokrediet is een krediet dat de commerciële banken meer kost dan het hen oplevert. Het is dan zaak te weten wat de kosten zijn van het afsluiten en vervolgens beheren van een bedrijfskrediet en welk rentepercentage gehanteerd wordt als kredietvergoeding door de banken. Met de reeds langjarige lage rentes ontstaat op deze wijze als vanzelf een kredietplafond bij de banken richting de kredietaanvragers. Zo kunnen we zelf berekenen dat de bedrijfskredieten tot circa € 300.000,- reeds bij afsluiting een risicokrediet zijn en derhalve niet worden afgesloten door de diverse commerciële banken. Dit fenomeen is een van de redenen voor de opstart indertijd van Qredits. Je zou dus kunnen stellen dat door de stringente regelgeving van de ECB, Qredits bestaansrecht heeft gekregen. De financiering van Qredits geschiedt door de grotere Nederlandse commerciële banken voor bedrijfskredieten tot zo’n € 250.000,- (waarbij de ING daar onlangs is uitgestapt).

Ook de opkomst van de verschillende Kredietunies bevestigt het feit dat de Nederlandse commerciële banken terughoudend zijn met kredietverstrekking tot € 300.000,-. Hoe hoger de kredietaanvraag is (bij voorkeur boven € 1 miljoen), hoe happiger de commerciële banken zijn. Ook het zogenaamde Crowdfunden is ontstaan vanuit een zekere financieringsbehoefte van ondernemers. Er zijn inmiddels veel meer financieringsbronnen waar ondernemers terecht kunnen voor hun bedrijfskredieten. Denk daarbij ook aan factoring en leasing. Ook de opkomst van de bitcoin en de grote internationale social-media bedrijven vormen een geduchte concurrent van de commerciële banken in de nabije toekomst.

Algemeen bekend is dat ons MKB de motor is van onze economie en kenmerkend voor deze middelgrote en kleinere bedrijven is dat hun kredietbehoeften in de regel niet uitkomen boven de € 300.000,-. Doordat de MKB-ondernemers nu moeilijker hun kredietbehoefte kunnen invullen, betekent dit potentieel  ‘zand in de MKB-machine’ en dit is, economisch bezien, beslist onwenselijk. Omdat ondernemers niet voor één gat zijn te vangen, vinden zij hun wegen wel richting alternatieve bedrijfskredieten ook al is dit beslist geen eenvoudige zaak geworden. Die alternatieve financieringen worden dan ook alleen maar meer, zo verwacht de heer Kleverlaan. Hij voorspelt dat in 2022 een derde van alle kleine(re) financieringen buiten de reguliere commerciële banken zullen lopen.

Nu realiseren de commerciële banken zich inmiddels ook dat de traditionele rol van hen, zijnde de financiering van het MKB, aan ernstige erosie onderhevig is. Structureel nemen de financieringen door banken af. Vele ondernemers gebruiken de commerciële banken nog slechts voor hun betalingsverkeer. De banken hebben overigens met hun betalingsverkeer een financiële infrastructuur in handen die hen internationaal nog vele jaren voordeel geeft omdat deze infrastructuur nog altijd de meest veilige manier is om geld over de wereld te laten stromen.

Ook de banken merken het al een tijd lang op dat zij met 2-1 achter staan op de markt van bedrijfskredieten en dat het vertrouwen in de banken bij inmiddels veel ondernemers inzake het verkrijgen van financiering al langere tijd tanende is. Je ziet dan ook dat banken inmiddels creatief de samenwerking zoeken met de alternatieve financieringsbronnen met tal van ‘slimme’ combinaties.

Desgevraagd gaf de heer Ronald Kleverlaan aan dat de alternatieve financieringsbronnen ten opzichte van vorig jaar met ca 50% is gegroeid naar inmiddels € 1 miljard.

De heer Kleverlaan wijst op een turbulente ontwikkeling sinds de financiële crisis van 2008 op de markt van bedrijfsfinanciering die overigens nog lang niet is geluwd. Hij ziet dat de commerciële banken wat dubbel in deze ontwikkelingen staan. Het bancaire aanbod neemt weliswaar af maar daarentegen werken ze, wat betreft het eigen vermogen-deel (EV) in het financieringspakket inmiddels wel veel meer samen met verstrekkers van alternatieve financiering. Bancaire financiering blijft, naar de mening van de heer Kleverlaan altijd een grote rol spelen bij financiering van het vreemd vermogen (VV), als gedekt deel in een zakelijke leen-constructie.

Hij stelt verder dat de kleine MKB-ondernemer met diens beperkte kredietbehoefte een hoger risico vormt voor de commerciële banken en derhalve voor hen minder interessant zijn. Het MKB kan hierdoor ook lastiger kredieten krijgen via de reguliere commerciële banken. Beter een grotere lening (> € 1m) want dan hebben de reguliere banken minder ECB-beperkingen. Het MKB is in deze dan niet zozeer de dupe van het ECB-beleid maar veel meer van de structureel lage rente. We vonden en vinden, vanuit Europees perspectief, dat de commerciële banken niet té veel risicokredieten hebben uitstaan. Een stabiele bankensector is dan ook erg belangrijk. Op dit moment zitten we als EU in een duivels dilemma: wat geven we nu prioriteit? Is het een stabiel bankenstelsel of een florerend MKB? Dit dilemma laten we vooralsnog op het bordje liggen van de Europarlementariërs en de ECB.

De heer Kleverlaan meldde verder dat de balansen van de banken ook een grote rol spelen die hen vaak blokkeren bij het verstrekken van bedrijfskredieten en sommige sectoren kunnen sowieso op bepaalde momenten lastiger financiering krijgen. Dat heeft niet zozeer te maken met de Basel-akkoorden maar veel meer met bepaalde economische ontwikkelingen. Zo zijn het nu met name vastgoedprojecten die relatief lastiger financierbaar zijn. Op dit specifieke vlak zijn er nieuwe partijen op de markt verschenen die specifiek vastgoedprojecten willen financieren. Ook diverse multinationals gaan zich meer en meer roeren op dit vlak.

De heer Kleverlaan heeft ook nog enkele tips voor MKB-ondernemers:

1. Kijk verder dan een bank. Banken financieren vaak wel het vreemd vermogen (gedekt krediet) maar door eigen vermogen financiering moeten MKB-ondernemers vaak een alternatieve weg bewandelen (crowdfunding, kredietunies, etc.)

2. Zorg altijd dat je een goede financieringsadviseur hebt, een adviseur die begrijpt hoe de financiering er tegenwoordig uitziet. Welke financiers er zijn en welke voorwaarden deze hanteren en welke combinaties je kunt maken met de bestaande commerciële banken.

Er is een belangrijke groep MKB-ondernemers en dat zijn de ondernemers met een niet-Nederlandse achternaam. Deze ondernemersgroep hebben het nog lastiger bij het verkrijgen van hun bedrijfskredieten. Wij hebben van 85% van alle gesproken ondernemers met een niet-Nederlandse achternaam begrepen dat zij zich niet aan de indruk konden onttrekken dat door hun etnische achtergrond zij veel lastiger aan krediet konden komen. Het is echter moeilijk dit te kwantificeren. De heer Kleverlaan meldt desgevraagd dat de alternatieve financiers een neutralere positie innemen bij financieringsaanvragen in dit verband.  Denk hierbij ook aan de z.g. Fintech-financiers en de Sociale financiers. Deze laatste zorgen ook vaak voor een stuk adequate coaching voor de ondernemer die ze financieren. Veel van de ondernemers met een niet-Nederlandse achternaam zoeken dan ook hun financiering bij familie of andere ondernemers van dezelfde roots. Een echte ondernemer laat zich door dergelijk gedrag niet stoppen.

De basis van de financieringsaanvraag is en blijft een goed bedrijfsplan. Dit bedrijfsplan vormt vaak een struikelblok voor de ondernemer met een niet-Nederlandse achternaam daar deze specifieke ondernemersgroep, en dat is vaak ook logisch, onzeker is over de Nederlandse taal. Het bedrijfsplan wordt weliswaar primair beoordeeld op zijn inhoud en de cijfers maar het taal technische deel zegt ook heel veel over de algemene ontwikkeling, het communicatiegemak later en de overall professionaliteit van de ondernemer.

Verder is van primair belang dat de financiële data van ondernemers daadwerkelijk hard zijn en ook feitelijk juist. Zodra een financier ontdekt (en dat geldt dan voor alle financiers) dat de aangeleverde cijfers niet kloppen dan wel inconsistenties vertonen, dan zijn de financieringskansen ook per direct verkeken. Van iedere ondernemer wordt nu eenmaal geëist dat zij hun financiële zaken op orde hebben en de cijfers feitelijk juist zijn.

Een gedegen bedrijfsplan opgevolgd door een professionele administratieve organisatie en de begeleiding van een vakbekwaam administratiekantoor en een dito accountant (minimaal AA) is hier een harde eis om sowieso krediet te krijgen.

Daar waar het schrijven van een goed bedrijfsplan voor deze grote groep ondernemers een probleem vormt, doen ze er verstandig aan zich te laten bijstaan door een expert bij het maken van een goed bedrijfsplan (dat is ook een plan dat direct alle vragen beantwoordt die leven bij de bank of andere financieringsinstantie). De niet-Nederlandse achternaam onder een bedrijfsplan maakt alsdan geen enkel verschil meer als het plan maar goed is, consistent en zonder taalfouten▪

Cees Buys – journalist